visagist
zelfstandig naamwoord /vizaʒɪ'st/Betekenis
- iemand die adviseert over make-up en vaak ook de make-up aanbrengt bij optredens, tv-programma's en filmopnames, make-up artiest
Hoe spreek je visagist uit?
/vizaʒɪˈst/
Visagist bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| z | zon |
| a | maan |
| ʒ | journaal |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visagisten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘adviseur voor gezichtsopmaak’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van visagist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visagisten | meervoud | visagist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visagist zijn vastgelegd.