vierdaagse
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- sportieve tocht verdeeld over vier achtereenvolgende dagen
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van vierdaags
Herkomst
afgeleid van vierdaags met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van vierdaagse
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vierdaagsen | meervoud | vierdaagse |
| vierdaagses | meervoud | vierdaagse |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vierdaagse zijn vastgelegd.