velum
zelfstandig naamwoord ˈvelʏmBetekenis
- het zachte gehemelte
- dekkleedje voor de kelk gebruikt tijdens de mis
- (Niet algemeen) dekkleed, zeildoek
- zeil
- zeildoek, doek, gordijn
Hoe spreek je velum uit?
/ˈvelʏm/
Velum bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| l | land |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- dekkleed, zeildoek
- sporendragend vlies van sommige paddenstoelen
- schijfvormig, met trilharen bekleed bovenlichaam van bepaalde weekdieren zoals kwallen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vela | meervoud |
| velums | meervoud |
Woordfamilie van velum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vela | meervoud | velum |
| velums | meervoud | velum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van velum zijn vastgelegd.