veertig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord /ˈfɪːrtəx/Betekenis
- '40', het getal tussen negenendertig en eenenveertig, vier maal tien
- dat wat in een (rang)ordening met 40 is aangeduid
- groep van 40 eenheden
Hoe spreek je veertig uit?
/ˈfɪrtəx/
Veertig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "40", het getal tussen negenendertig en eenenveertig, vier maal tien
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 101000 | |
| 28 | |
| 40 | |
| XL |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands viertich van Oudnederlands fiertig, als telwoord voor het eerst aangetroffen in de Lex Salica (509-800); afgeleid van vier ht met het achtervoegsel -tig en een klankverandering ie (/i/) - ee (/e/) voor een r-klank plus dentaal
Woordfamilie van veertig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veertigje | woordvorm | veertig |
| veertigjes | meervoud | veertig |
| veertigs | meervoud | veertig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veertig zijn vastgelegd.