vector
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gerichte grootheid
- lijn die een vector voorstelt
- drager van besmetting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vectoren | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘natuurkundige grootheid’ voor het eerst aangetroffen in 1704
Woordfamilie van vector
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vectoren | meervoud | vector |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vector zijn vastgelegd.