vastpraten
werkwoordBetekenis
- in een discussie met zichzelf in tegenspraak komen
Vervoeging van vastpraten
vastpratenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van vast en praten ww
Woordfamilie van vastpraten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| praat vast | woordvorm | vastpraten |
| praatte vast | woordvorm | vastpraten |
| praatten vast | woordvorm | vastpraten |
| prate vast | woordvorm | vastpraten |
| praten vast | woordvorm | vastpraten |
| vastgepraat | woordvorm | vastpraten |
| vastpraat | with-subordinate-clause | vastpraten |
| vastpraatte | with-subordinate-clause | vastpraten |
| vastpraatten | with-subordinate-clause | vastpraten |
| vastprate | with-subordinate-clause | vastpraten |
| vastpratend | woordvorm | vastpraten |
| vastpratende | woordvorm | vastpraten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastpraten zijn vastgelegd.