vakgroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- coherente verzameling kennisgebieden die vallen onder één hoogleraar
- groep binnen een organisatie met een bepaalde kennis, vaardigheid of bezigheid als gemeenschappelijke factor, een deel van een vakvereniging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakgroepen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vak en groep
Woordfamilie van vakgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakgroepen | meervoud | vakgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakgroep zijn vastgelegd.