vakbeurs
zelfstandig naamwoord ˈvɑɡbørsBetekenis
- evenement waar een groot aantal producenten uit een bepaalde bedrijfstak hun producten aan belangstellenden laten zien
Hoe spreek je vakbeurs uit?
/ˈvɑgbørs/
Vakbeurs bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| g | goal |
| b | bak |
| ø | deur |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakbeurzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vak zn en beurs zn
Woordfamilie van vakbeurs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakbeurzen | meervoud | vakbeurs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakbeurs zijn vastgelegd.