vaardag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dat dat men vaart
- dag die men nodig heeft om ergens naartoe te varen
- dag waarop gevaren kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vaardagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vaar zn en dag zn
Woordfamilie van vaardag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vaardagen | meervoud | vaardag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vaardag zijn vastgelegd.