uso
zelfstandig naamwoord ˈuzoBetekenis
- standaardtermijn waarbinnen een wissel betaald moet worden
- handelsgebruik dat zo gangbaar is dat het als een wettelijke norm beschouwd kan worden
- duif
Hoe spreek je uso uit?
/ˈuzo/
Uso bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| u | boek |
| z | zon |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als ouzo.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uso's | meervoud |
Herkomst
van Italiaans uso, in de betekenis "wisselgebruik" aangetroffen vanaf 1578
Woordfamilie van uso
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uso's | meervoud | uso |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uso zijn vastgelegd.