uniformiteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uniform zijn
- eenvormigheid, gelijkvormigheid
- eentonigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uniformiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkvormigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1721
Woordfamilie van uniformiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uniformiteiten | meervoud | uniformiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uniformiteit zijn vastgelegd.