ultra
zelfstandig naamwoord, bijwoord ˈʏltraBetekenis
- extreem, uiterst
- voorbij
- aan de andere kant van
- meer dan
Hoe spreek je ultra uit?
/ˈʏltra/
Ultra bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʏ | put |
| l | land |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- fanatieke supporter van een voetbalclub
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ultra's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijwoord: verder dan, aan gene zijde van, zeer’ voor het eerst aangetroffen in 1574
Woordfamilie van ultra
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ultra's | meervoud | ultra |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ultra zijn vastgelegd.