uiterlijk
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˈœytərləkBetekenis
- zoals iets of iemand er vanbuiten uitziet
- betrekking hebbend op de buitenkant van iets of iemand
- het laatst nog aanvaardbare
Hoe spreek je uiterlijk uit?
/ˈœytərlək/
Uiterlijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uiterlijken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘visueel waarneembaar’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van uiterlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uiterlijke | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijken | meervoud | uiterlijk |
| uiterlijker | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijkere | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijkers | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijks | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijkst | woordvorm | uiterlijk |
| uiterlijkste | woordvorm | uiterlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiterlijk zijn vastgelegd.