uitdrukkelijk
bijvoeglijk naamwoord œyˈdrʏkələkBetekenis
- met nadruk, op zo'n manier dat het duidelijk moet zijn
Hoe spreek je uitdrukkelijk uit?
/œyˈdrʏkələk/
Uitdrukkelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| d | dak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitdrukkelijke | verbogen, stellende trap |
| uitdrukkelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| uitdrukkelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| uitdrukkelijkers | partitief, vergrotende trap |
| uitdrukkelijks | partitief, stellende trap |
| uitdrukkelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| uitdrukkelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bepaald’ voor het eerst aangetroffen in 1569
Woordfamilie van uitdrukkelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitdrukkelijke | verbogen vorm | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijker | vergrotende trap | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijkere | verbogen vergrotende trap | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijkers | partitieve vergrotende trap | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijks | partitive, positive | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijkst | uninflected, superlative | uitdrukkelijk |
| uitdrukkelijkste | inflected, superlative | uitdrukkelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdrukkelijk zijn vastgelegd.