tweern
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- twee draden die samen gedraaid zijn tot een garen
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tweernen
- gebiedende wijs van tweernen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tweernen
Vervoeging van tweern
tweernhele werkwoord