tuinzaad
zelfstandig naamwoord ˈtœynzatBetekenis
- bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen
- bevruchte kiemen waaruit tuinbouwgewassen worden gekweekt
Hoe spreek je tuinzaad uit?
/ˈtœynzat/
Tuinzaad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| œy | huis |
| n | nek |
| z | zon |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (tuinzaden) * | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tuin zn en zaad zn