tuberkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine knobbel die bij tuberculose gevormd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuberkels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘knobbel’ voor het eerst aangetroffen in 1844
Woordfamilie van tuberkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuberkels | meervoud | tuberkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuberkel zijn vastgelegd.