trouwer
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die trouwt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trouwers | meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van trouw
Herkomst
Naamwoord van handeling van trouwen met het achtervoegsel -er