troonrede
zelfstandig naamwoord ˈtronredəBetekenis
- Elk jaar spreekt de Koning der Nederlanden op Prinsjesdag in de Ridderzaal namens de regering de troonrede uit, waarin de regering de beleidsvoornemens voor het komende jaar verwoordt.
Hoe spreek je troonrede uit?
/ˈtronredə/
Troonrede bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- jaarlijkse toespraak in de Ridderzaal namens de regering, waarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar worden verwoord
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| troonredes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van troon en rede
Woordfamilie van troonrede
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| troonredes | meervoud | troonrede |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van troonrede zijn vastgelegd.