treuzelen
werkwoordBetekenis
- langzaam lopen, langzaam aan doen
- precies maar langzaam werken
- aarzelen om iets te gaan doen
Vervoeging van treuzelen
treuzelenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘talmen’ voor het eerst aangetroffen in 1659
Woordfamilie van treuzelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getreuzeld | woordvorm | treuzelen |
| treuzelde | woordvorm | treuzelen |
| treuzelden | woordvorm | treuzelen |
| treuzele | woordvorm | treuzelen |
| treuzelend | woordvorm | treuzelen |
| treuzelende | woordvorm | treuzelen |
| treuzelt | woordvorm | treuzelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van treuzelen zijn vastgelegd.