travestie
zelfstandig naamwoord ˌtravɛsˈtiBetekenis
- verkleding als een persoon van de andere sekse als waar men zelf toe behoort
Hoe spreek je travestie uit?
/ˌtravɛsˈti/
Travestie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het gekleed gaan als een persoon van de andere sekse dan die waar men zelf toe behoort
- vermomming als zodanig
- komische herwerking van een serieus gedicht of verhaal, waarbij de inhoud of boodschap wel hetzelfde blijven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| travesties | meervoud |
| travestieën | meervoud |
Herkomst
Van het Frans voltooid deelwoord travesti. In de betekenis van ‘verkleding (vooral als andere sekse)’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van travestie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| travesties | meervoud | travestie |
| travestieën | meervoud | travestie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van travestie zijn vastgelegd.