tramspoor
zelfstandig naamwoord ˈtrɛmsporBetekenis
- rails voor vervoer met kleine wagons over gewone wegen
Hoe spreek je tramspoor uit?
/ˈtrɛmspor/
Tramspoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tramsporen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tram zn en spoor zn
Woordfamilie van tramspoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tramsporen | meervoud | tramspoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tramspoor zijn vastgelegd.