trammelant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onrust, lawaai
- ingewikkelde situatie(s)
- ruzie
Herkomst
Verbastering van tremulant. Dit komt van het Franse trémulant, voltooid deelwoord van trémuler, wat weer is afgeleid van het Latijnse tremulus. In de betekenis van ‘drukte, narigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1897.