tragisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- tot treurnis stemmend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tragische | verbogen, stellende trap |
| tragischer | onverbogen, vergrotende trap |
| tragischere | verbogen, vergrotende trap |
| tragischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘treurig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1579
Woordfamilie van tragisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tragische | verbogen vorm | tragisch |
| tragischer | vergrotende trap | tragisch |
| tragischere | verbogen vergrotende trap | tragisch |
| tragischers | partitieve vergrotende trap | tragisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tragisch zijn vastgelegd.