trafo
zelfstandig naamwoord ˈtrafoBetekenis
- verkorting voor transformator een elektrisch apparaat dat dient om een wisselspanning om te zetten in een wisselspanning met een andere spanning
Hoe spreek je trafo uit?
/ˈtrafo/
Trafo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| f | fiets |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trafo's | meervoud |
Woordfamilie van trafo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trafo's | meervoud | trafo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trafo zijn vastgelegd.