toonhoogte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
- de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toonhoogten | meervoud |
| toonhoogtes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van toon en hoogte
Woordfamilie van toonhoogte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toonhoogten | meervoud | toonhoogte |
| toonhoogtes | meervoud | toonhoogte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toonhoogte zijn vastgelegd.