tonsuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het scheren van de kruin van een priester of monnik
- de geschoren kruin van een priester
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tonsuren | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geschoren kruin’ voor het eerst aangetroffen in 1503
Woordfamilie van tonsuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tonsuren | meervoud | tonsuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tonsuur zijn vastgelegd.