toeristisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een plaats die veel toeristen aantrekt
- van een reis dat men deze voor het plezier maakt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toeristische | verbogen, stellende trap |
| toeristischer | onverbogen, vergrotende trap |
| toeristischere | verbogen, vergrotende trap |
| toeristischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het toerisme betreffend’ voor het eerst aangetroffen in 1923
Woordfamilie van toeristisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toeristische | verbogen vorm | toeristisch |
| toeristischer | vergrotende trap | toeristisch |
| toeristischere | verbogen vergrotende trap | toeristisch |
| toeristischers | partitieve vergrotende trap | toeristisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeristisch zijn vastgelegd.