tjitjak
zelfstandig naamwoord ˈcicɑkBetekenis
- huishagedis, huisgekko
Hoe spreek je tjitjak uit?
/ˈcicɑk/
Tjitjak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| c | tientje |
| i | riet |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Hemidactylus frenatus huishagedis, huisgekko
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tjitjaks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘huishagedis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1910
Woordfamilie van tjitjak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tjitjaks | meervoud | tjitjak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tjitjak zijn vastgelegd.