tienvoud
zelfstandig naamwoord ˈtiɱvɑutBetekenis
- een verzameling van 10 maal zoveel exemplaren
- een getal dat bij delen door tien een resultaat oplevert zonder dat er een rest is, een getal dat eindigt op een 0
Hoe spreek je tienvoud uit?
/ˈtimvɑut/
Tienvoud bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| m | maan |
| v | vis |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tienvouden | meervoud |
Herkomst
afleiding van tien met het achtervoegsel -voud
Woordfamilie van tienvoud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tienvouden | meervoud | tienvoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tienvoud zijn vastgelegd.