thuiszitter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kind met een leer- of kwalificatieplicht dat zonder geldige reden meer dan vier weken verzuimt
- iemand die niet vaak uit huis gaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuiszitters | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van thuiszitten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van thuiszitter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuiszitters | meervoud | thuiszitter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuiszitter zijn vastgelegd.