thuisploeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de ploeg die in eigen stadion of andere thuisbasis speelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuisploegen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van thuis en ploeg
Woordfamilie van thuisploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuisploegen | meervoud | thuisploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuisploeg zijn vastgelegd.