thesaurus
zelfstandig naamwoord teˈsɑurʏsBetekenis
- een systematisch georganiseerde verzameling van begrippen uit een taal die zo is opgezet dat men eenvoudig een overzicht kan krijgen van woorden die soortgelijke betekenissen hebben
- woordenschat
Hoe spreek je thesaurus uit?
/teˈsɑurʏs/
Thesaurus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| s | sok |
| ɑu | koud |
| r | rood |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thesauri | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘filologisch verzamelwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824.
Woordfamilie van thesaurus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thesauri | meervoud | thesaurus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thesaurus zijn vastgelegd.