thermiek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- opstijgende warme luchtbellen in de atmosfeer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thermieken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘opstijgende luchtstroom’ voor het eerst aangetroffen in 1936
Woordfamilie van thermiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thermieken | meervoud | thermiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thermiek zijn vastgelegd.