tetra
zelfstandig naamwoord ˈtetraBetekenis
- tetrachloorkoolstof gebruikt als ontvlekkingsmiddel
- een vis behorende tot één van een aantal soorten karperzalmen
Hoe spreek je tetra uit?
/ˈtetra/
Tetra bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vis behorende tot bepaalde soorten karperzalmen die vaak in aquaria worden gehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tetra's | meervoud |
Herkomst
[1] (verkorting) van tetrachloorkoolstof
Woordfamilie van tetra
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tetra's | meervoud | tetra |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tetra zijn vastgelegd.