terracotta
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /tɛra'kɔta/Betekenis
- gemaakt van of betrekking hebbend op aardewerk zonder glazuur met een roodbruine kleur
Hoe spreek je terracotta uit?
/tɛraˈkɔta/
Terracotta bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| a | maan |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- verglaasde gebrande pottenbakkersklei
- licht bruinrood
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| terracotta's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘ongeglazuurd aardewerk’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van terracotta
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| terracotta's | meervoud | terracotta |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terracotta zijn vastgelegd.