taiga
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bioom dat wordt gekenmerkt door uitgestrekte, koude en vochtige naaldwouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taiga's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘streek met naaldwouden’ voor het eerst aangetroffen in 1930
Woordfamilie van taiga
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taiga's | meervoud | taiga |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taiga zijn vastgelegd.