tafeltennis
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een spel waarbij twee spelers, ieder met een batje, een pingpongbal op tafel houden
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tafeltennissen
- gebiedende wijs van tafeltennissen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tafeltennissen
Vervoeging van tafeltennis
tafeltennishele werkwoord
Herkomst
samenstelling van tafel en tennis