tactisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de beschikbare middelen op doeltreffende wijze inzettend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tactische | verbogen, stellende trap |
| tactischer | onverbogen, vergrotende trap |
| tactischere | verbogen, vergrotende trap |
| tactischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘m.b.t. tactiek’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van tactisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tactische | verbogen vorm | tactisch |
| tactischer | vergrotende trap | tactisch |
| tactischere | verbogen vergrotende trap | tactisch |
| tactischers | partitieve vergrotende trap | tactisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tactisch zijn vastgelegd.