tabbaard
zelfstandig naamwoord ˈtɑbartBetekenis
- wijde lange mantel waaronder vaak een paltrok gedragen wordt
- de rode mantel van Sinterklaas
- nachthemd
Hoe spreek je tabbaard uit?
/ˈtɑbart/
Tabbaard bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tabbaarden | meervoud |
| tabbaards | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bovenkleed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1297
Woordfamilie van tabbaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tabbaarden | meervoud | tabbaard |
| tabbaards | meervoud | tabbaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tabbaard zijn vastgelegd.