taalgebonden
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van iets dat het een noodzakelijk verband heeft met taal
- van iets dat het een noodzakelijk verband heeft met één specifieke taal
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalgebondener | onverbogen, vergrotende trap |
| taalgebondeners | partitief, vergrotende trap |
| taalgebondens | partitief, stellende trap |
| taalgebondenst | onverbogen, overtreffende trap |
| taalgebondenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van taal zn en gebonden bn
Woordfamilie van taalgebonden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalgebondener | vergrotende trap | taalgebonden |
| taalgebondeners | partitieve vergrotende trap | taalgebonden |
| taalgebondens | partitive, positive | taalgebonden |
| taalgebondenst | uninflected, superlative | taalgebonden |
| taalgebondenste | inflected, superlative | taalgebonden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalgebonden zijn vastgelegd.