taalbeheerser
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die het vak taalbeheersing beoefent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalbeheersers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en beheerser zn
Woordfamilie van taalbeheerser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalbeheersers | meervoud | taalbeheerser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalbeheerser zijn vastgelegd.