syndicaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- organisatie van zakenlieden, opgericht voor industriële of commerciële doeleinden
- vakbond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| syndicaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘combinatie van zakenlieden’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van syndicaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| syndicaten | meervoud | syndicaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van syndicaat zijn vastgelegd.