superplie
zelfstandig naamwoord ˌsʏpərˈpliBetekenis
- liturgisch gewaad van de Katholieke Kerk bestaande uit een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en dat wordt gedragen over de toog
Hoe spreek je superplie uit?
/ˌsʏpərˈpli/
Superplie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| superplies | meervoud |
Herkomst
van middeleeuws Latijn superpellicium, in de betekenis van ‘koorhemd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906
Woordfamilie van superplie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| superplies | meervoud | superplie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van superplie zijn vastgelegd.