superioriteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voortreffelijkheid van iets of iemand in enig opzicht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| superioriteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geestelijke meerderheid’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Woordfamilie van superioriteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| superioriteiten | meervoud | superioriteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van superioriteit zijn vastgelegd.