sufheid
zelfstandig naamwoord ˈsʏfhɛitBetekenis
- door uitputting of aandoening minder alert zijn, slaperigheid
- sloomheid, traagheid van begrip en handelen
- eentonigheid, saaiheid
Hoe spreek je sufheid uit?
/ˈsʏfhɛit/
Sufheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| f | fiets |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sufheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van suf met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van sufheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sufheden | meervoud | sufheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sufheid zijn vastgelegd.