subjectiviteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het subjectief zijn, beschouwing vanuit persoonlijke opvatting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| subjectiviteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het subjectief zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1871
Woordfamilie van subjectiviteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| subjectiviteiten | meervoud | subjectiviteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van subjectiviteit zijn vastgelegd.