straks
bijwoord, bijvoeglijk naamwoord strɑksBetekenis
- op een later moment
- mogelijk, duidt een gevaar of dreigende mogelijkheid aan, vaak in combinatie met nog
- (verbastering van daarstraks) een korte tijd geleden
Hoe spreek je straks uit?
/strɑks/
Straks bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| k | kat |
bijwoord
- op een moment in de nabije toekomst
- een korte tijd geleden vernacular
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van strak
Herkomst
In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: dadelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1597