straftijd
zelfstandig naamwoord ˈstrɑftɛitBetekenis
- de lengte van een vrijheidsstraf
- de tijd die bij snelheidssporten als straf kan worden opgelegd
Hoe spreek je straftijd uit?
/ˈstrɑftɛit/
Straftijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| straftijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van straf en tijd
Woordfamilie van straftijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| straftijden | meervoud | straftijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van straftijd zijn vastgelegd.