stokken
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- blijven hangen, blijven steken
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stok
Vervoeging van stokken
stokkenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘blijven steken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806
Woordfamilie van stokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestokt | woordvorm | stokken |
| gestokte | woordvorm | stokken |
| stokke | woordvorm | stokken |
| stokkend | woordvorm | stokken |
| stokkende | woordvorm | stokken |
| stokt | woordvorm | stokken |
| stokte | woordvorm | stokken |
| stokten | woordvorm | stokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stokken zijn vastgelegd.